Samenvatting
Charles Henry Watson was een in Australië geboren Zevende-dags Adventistenpredikant en de enige voorzitter van de Algemene Conferentie (1930–1936) die in de eerste eeuw van de kerk van buiten Noord-Amerika afkomstig was. Hij werd in 1877 in Australië geboren en diende als voorzitter van de Australian Union Conference en de Australasian Division voordat hij tijdens de zitting in Saint Louis in mei 1930 werd geroepen tot voorzitter van de Algemene Conferentie. Zijn ambtstermijn van zes jaar loodste de kerk door het ergste van de Grote Depressie — inclusief de donkere jaren waarin de adventistische zendingswerkzaamheden bijna niet konden worden voortgezet bij gebrek aan financiële middelen. Hij stierf in 1962.
Van Australië naar de Algemene Conferentie (1877–1930)
Volgens de Encyclopedia of Seventh-day Adventists (en de adventistische archieven) werd Watson in 1877 in Australië geboren en klom hij op binnen de Australian Union Conference. Hij was voorzitter van de Australasian Division voordat hij tijdens de zitting van de General Conference in 1930 in Saint Louis werd gekozen om W. A. Spicer op te volgen als wereldwijd voorzitter van de kerk.
In het boek Ellen G. White Visions Recorded in the Words of Seventh-day Adventists wordt hij genoemd als de elfde president van de Algemene Conferentie — de enige in de eerste eeuw van de kerk die van buiten Noord-Amerika kwam, en de enige die het wereldwijde werk leidde vanuit de ervaring van het Australaziatische werkgebied.
Voorzitter van de Algemene Conferentie (1930–1936)
Tijdens de vergadering van het Algemeen Conferentiecomité van 13–16 oktober 1931 in Omaha, Nebraska, werd vastgelegd dat Watson het voorzitterschap bekleedde van wat een belangrijk Duits-Amerikaans kerkbestuurlijk overleg zou worden: “C. H. Watson, voorzitter van de Algemene Conferentie, trad op als voorzitter” (Ellen G. White in Europe, p. 293, par. 1).
Een najaarsvergadering van het uitvoerend comité van de Algemene Conferentie in 1932, gehouden in Battle Creek van 18 tot 26 oktober, keurde formeel een brief aan adventistische gelovigen in Europa goed betreffende het standpunt van de kerk over geestelijke gaven. De brief werd ondertekend door Watson en de secretaris, C. K. Meyers. In Testimony of Jesus staat: “De laatste verklaring die we zullen geven met betrekking tot het standpunt van de kerk over het onderwerp geestelijke gaven, is het besluit dat is genomen door de najaarsvergadering van de Algemene Conferentie, gehouden in Battle Creek, Michigan, van 18 tot 26 oktober 1932. Er was een brief opgesteld voor goedkeuring door deze vergadering, gericht aan de kerk in Europa” (Testimony of Jesus, p. 47, par. 3). In dezelfde paragraaf wordt toegevoegd: “Deze brief, ondertekend door C. H. Watson en C. K. Meyers, respectievelijk voorzitter en secretaris van de Algemene Conferentie, werd naar onze gelovigen in Europa gestuurd” (Testimony of Jesus, p. 47, par. 3).
In hetzelfde boek wordt de rol van Watson bij de financiële afwikkeling van de literaire nalatenschap van Ellen White beschreven: “Wat is er gedaan met de schulden die mevrouw E. G. White heeft nagelaten? Zijn deze schulden betaald? Hoe zijn ze betaald? Dit zijn enkele van de vragen die vanuit het veld aan ouderling C. H. Watson werden gesteld toen hij voorzitter van de Algemene Conferentie was” (Testimony of Jesus, p. 126, par. 3).
Overlijden (1962)
Volgens de Encyclopedia of Seventh-day Adventists stierf Watson in 1962 in Australië op vijfentachtigjarige leeftijd.