Samenvatting
William Clarence (“Willie”) White was de derde zoon van James en Ellen G. White en de levenslange beheerder van de literaire nalatenschap van zijn moeder. Hij werd op 29 augustus 1854 geboren in Rochester, New York, was vanaf 1884 lid van het Algemeen Conferentiecomité, vergezelde zijn moeder op haar zendingsreis naar Australië (1891–1900) en leidde na haar overlijden in 1915 de Ellen G. White Estate Trust tot aan zijn eigen overlijden in 1937. Volgens de herhaalde getuigenis van Ellen White had de Heer Willie aangesteld als haar “helper en raadgever” — een taak die hij 58 jaar lang trouw vervulde. Hij stierf in 1937 op 83-jarige leeftijd.
Jeugd: brief van moeder aan ‘Willie’ (1860)
Ellen Whites brief van 9 december 1860 aan haar zesjarige zoon Willie is bewaard gebleven in Manuscript Releases, Brief 3, 1860: “Nu, lieve Willie, probeer altijd het goede te doen, dan zal er geen smet op je worden geworpen en wanneer Jezus komt, zal Hij die brave jongen roepen, Willie White, en zal een gouden krans op je hoofd zetten, en een kleine harp in je hand geven waarop je kunt spelen, en die zal prachtige muziek voortbrengen, en je zult daar nooit ziek zijn, nooit verleid worden om kwaad te doen, maar altijd gelukkig zijn, en van rijk fruit eten en prachtige bloemen plukken. Probeer, probeer, lieve jongen, goed te zijn en het juiste te doen” (Manuscript Releases, Brief 3, 1860, par. 5).
Moeders helper en raadgever (vanaf 1881)
Na de dood van James White in augustus 1881 bewaarde Ellen White’s getuigenis van oktober 1911 aan F. M. Wilcox het geïnspireerde verslag van de rol die W. C. White was toebedeeld: “Er werd mij ook getoond dat mijn zoon, W. C. White, mijn helper en raadgever zou zijn, en dat de Heer de geest van wijsheid en van een gezond verstand op hem zou leggen. Mij werd getoond dat de Heer hem z e leiding zou geven, en dat hij niet zou worden afgeleid, omdat hij de leiding en begeleiding van de Heilige Geest zou herkennen” (Selected Messages, deel 1, blz. 54, par. 3).
Het Algemeen Conferentiecomité en de conferentie van Minneapolis in 1888
In 1884 was W. C. White lid van het Algemeen Conferentiecomité. Testimonies to Ministers bevat zijn verslag uit die tijd over de conferentie van Minneapolis in 1888: “Tijdens die bijeenkomst werd ouderling O. A. Olsen gekozen tot voorzitter van de Algemene Conferentie, maar hij was tijdens de conferentie in Europa. Op 27 november 1888 schreef William C. White, een lid van het Algemeen Conferentiecomité, aan ouderling Olsen” (Testimonies to Ministers and Gospel Workers, p. xxiv, par. 1) — en W. C. White’s brief beschreef de verdeelde indrukken die de afgevaardigden van die bijeenkomsten meenamen.
Australië (1891–1900)
W. C. White vergezelde zijn moeder in 1891 naar Australië en diende daar negen jaar als haar belangrijkste assistent bij de oprichting van Avondale College en de opbouw van het Australaziatische adventistenwerk.
Dr. Merlin Burts Understanding Ellen White (2015) legt de essentie van haar afhankelijkheid van hem vast: “Voordat ze in 1891 naar Australië vertrok, stelde Ellen White een testament op dat niet meer bestaat en waarover zeer weinig bekend is. Daarin zou ze de belangrijkste verantwoordelijkheden hebben toevertrouwd aan haar zoon, William C. (Willie) White” (Understanding Ellen White, p. 213, par. 2).
Beheerder van de Ellen G. White Estate (1915–1937)
Na de dood van Ellen White in 1915 leidde W. C. White de trustees van de Ellen G. White Estate gedurende de volgende tweeëntwintig jaar. Hij hield toezicht op de publicatie van de postume verzamelingen Counsels to Parents and Teachers, Counsels on Diet and Foods, Medical Ministry, Counsels on Stewardship en vele andere. Hij bewaarde haar manuscripten in hun geheel en beantwoordde talloze vragen van mensen die informatie zochten over haar leven en werk.
De brieven van Ellen White uit de afgelopen decennia getuigen van zijn blijvende aanwezigheid — met name zijn contemporaine verslagen van het werk van zijn moeder. In haar brief uit 1867 merkt zij op hoe zijn afwezigheid bij een bijeenkomst in Battle Creek werd gevoeld: “In Battle Creek hoorden we velen vragen: ‘Waar is Willie White? Komt hij niet? Ze waren teleurgesteld dat ze je niet zagen” (Manuscript Releases, Brief 9, 1867, par. 2).
Overlijden (1937)
Volgens de Encyclopedia of Seventh-day Adventists stierf W. C. White op 1 september 1937, op drieëntachtigjarige leeftijd, nadat hij trouw de taak had vervuld die zijn moeder hem zesenveertig jaar eerder had toevertrouwd.